Woordschilder

Woorden en gedachten, totaal willekeurig maar oh zo intrigerend.

Sneeuw

Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. sneeuw (de ~)
    storing in televisiebeelden 
  2. sneeuw
    in kristallen bevroren water 
    “De sneeuw zeeg dwarrelend neer uit de grauwe lucht en vormde al snel een dikke laag op de takken.”
  3. sneeuw
    ruis weergegeven door een televisietoestel 
    “Door technische problemen bevatte het beeld veel sneeuw.”
 

Voorbeeldzinnen

  1. De sneeuw is verdwenen.
  2. De sneeuw is gesmolten.
  3. De sneeuw is gesmolten.
  4. De regen veranderde in sneeuw.
  5. Er is veel sneeuw gevallen.
  6. De regen ging over in sneeuw.
  7. Ze spelen graag in de sneeuw.
  8. De berg is bedekt met sneeuw.
  9. De trein had vertraging vanwege de sneeuw.
  10. Er ligt sneeuw op de berg.

door | woensdag 23 januari 2019 | Woorden