BetekenisTuitelig - bn. (-er, -st), (gew.) tuitelachtig; licht in ’t hoofd, duizelig : hij is tuitelig Ik sta voor Wim en geef hem een knuffel, mijn armen om hem heen slaand. Opeens zegt hij: "Niet loslaten nu hoor, anders val ik om! Ik sta heel onstabiel." Ik vraag...

Lees meer